**1.** Het verbod, bedoeld in artikel 4.23, is niet van toepassing voor zover:
het product een aanwijsinstrument betreft;
uitsluitend H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is of wordt toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden;
het aanwijsinstrument in totaal een lagere activiteit bevat dan de desbetreffende krachtens artikel 3.17, eerste lid, onder a, vastgestelde waarde voor H-3, onderscheidenlijk Pm-147;
het aanwijsinstrument voldoet aan in het belang van de bescherming tegen ioniserende straling bij verordening van de Autoriteit gestelde regels met betrekking tot de constructie;
op het aanwijsinstrument de bij verordening van de Autoriteit aangewezen merk- of waarschuwingstekens zijn aangebracht;
herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan het aanwijsinstrument worden verricht overeenkomstig de bij verordening van de Autoriteit vastgestelde regels, en
er per locatie op enig moment niet meer dan 500 aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, voorhanden zijn.
**2.** Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot artikel 4.23 en het eerste lid.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.4 › § 4.4.2
Artikel 4.24
(specifieke vrijstelling van verbod – aanwijsinstrumenten)
Onderdeel van Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018