**1.** Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door de daartoe aan te wijzen plaatsvervangend directeur.
**2.** Bij afwezigheid van een afdelingshoofd is de door hem aangewezen plaatsvervanger bevoegd zijn mandaten en volmachten als bedoeld in artikel 9 en 10 uit te oefenen.
**3.** Overige doorverlening van bevoegdheden door afdelingshoofden is slechts toegestaan na voorafgaande schriftelijk toestemming van de directeur.
§ 4
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit OBP 2017· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 5 juni 2020