Op grond van artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit ontvangt de voorzitter per maand een ambtstoelage, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.
In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de ambtstoelage van de voorzitter per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumenten-prijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
De consumentenprijsindex voor 2017 is bepaald op 102,03. Voor 2016 was dit indexcijfer 100,57. Procentueel is dat een verhoging van 1,5. Dit betekent dat het bedrag van de ambtstoelage per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,5%.
Het bedrag genoemd in artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt per 1 januari 2018 gewijzigd in € 386,74 per maand (was € 381,03), naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.
Artikel 2
Ambtstoelage van een voorzitter
Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoeding 2018 en wijziging bezoldiging 2017 politieke ambtsdragers waterschappen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018