Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Subsidie

Onderdeel van Subsidiereglement Stimuleringsfonds Creatieve Industrie 2018· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018

1. Voor het verkrijgen van een subsidie van het Stimuleringsfonds moet de aanvrager staan ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel, dan wel een vergelijkbare buitenlandse organisatie. 2. Een subsidie kan slechts worden verleend: indien er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan een subsidie, naar het oordeel van het bestuur, is aangetoond; wanneer de aanvrager een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de aanvrager gestelde doeleinden zullen worden bereikt; indien de aanvrager niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de subsidieverplichtingen van een project waaraan het Stimuleringsfonds een eerdere subsidie heeft verleend; indien de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de voor het project beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Stimuleringsfonds en eventuele eigen inkomsten uit entreegelden, sponsoring of anderszins, voldoende zijn om het project in overeenstemming met de in dit reglement opgenomen voorwaarden uit te voeren; en indien het resultaat publiek wordt gemaakt. 3. Subsidies worden niet verleend aan of ten behoeve van: instellingen die een structurele subsidierelatie hebben met de rijksoverheid; projecten waarbij geen sprake is van een Nederlands belang; projecten die een reprise of een herdruk betreffen; seriële productie; projecten die plaatsvinden in het kader van studie of opleiding; projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project. 4. Er kan geen subsidie worden verleend aan of ten behoeve van: onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen; instellingen voor hbo en aan universiteiten; projecten met een looptijd langer dan 24 maanden, tenzij daar expliciete toestemming voor is gegeven; studiereizen; educatie; exploitatietekorten; arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen; het verwerven van eigendommen; reguliere bouw- en restauratiekosten; inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen; activiteiten die de reguliere bedrijfsactiviteiten niet overstijgen.

Rechtspraak bij dit artikel