Naar hoofdinhoud

§ 1

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 9 januari 2026

1. De basisopleiding bevat de theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt. 2. De opleiding voor een bevoegdverklaring bevat theorie- en praktijkopleiding die de kennis en praktische vaardigheden bijbrengt voor een bepaalde bevoegdverklaring en, indien van toepassing, een aantekening bij de bevoegdverklaring. 3. Indien niet binnen 1 jaar na het met goed gevolg doorlopen van de in het eerste en tweede lid genoemde opleiding wordt gestart met de opleiding voor de eenheid mag pas worden begonnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleiding heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de aanvrager nog voldoet aan de voor de bevoegdverklaring relevante vereisten en nadat de aanvrager heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten. 4. De houder van een bevoegdverklaring die gedurende een direct voorafgaande periode van vier of meer achtereenvolgende jaren de rechten van die bevoegdverklaring niet heeft uitgeoefend, kan pas beginnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleidingen heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de houder nog voldoet aan de vereisten voor die bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten. 5. De opleiding voor de eenheid bevat: een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten, en; de opleiding op de werkplek die dient om reeds verworven routinewerkzaamheden en vaardigheden die verband houden met het werk, onder toezicht van een gekwalificeerde instructeur in de praktijk te integreren in een situatie met actueel, niet zijnde gesimuleerd, verkeer. 6. De voortgezette opleiding bevat herhalingsopleidingen en in voorkomend geval conversieopleidingen die zijn bedoeld om bedieners van luchtvaartstations of vluchtinformatieverstrekkers in staat te stellen hun bestaande kennis en vaardigheden op te frissen, te versterken of te verbeteren. 7. De opleiding voor praktijkinstructeur bevat: een cursus praktische instructiemethoden voor houders van een aantekening OJTI of STDI, met inbegrip van een beoordeling; een herhalingscursus praktische instructievaardigheden; een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van praktijkinstructeurs. 8. De opleiding voor assessor bevat: een cursus voor assessors, met inbegrip van een beoordeling; een herhalingscursus beoordelingsvaardigheden; een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van assessors. 9. Theoretische kennis en inzicht worden aangetoond door middel van examinering, met als minimumscore 75% van de punten die voor die examens kunnen worden behaald. 10. Tijdens de opleiding voor de eenheidsaantekening worden praktische vaardigheden aan het eind van de opleiding op de werkplek ten minste één keer beoordeeld in de operationele omgeving onder normale operationele omstandigheden. 11. Onverminderd het tiende lid kan tijdens een assessment voor een eenheidsaantekening gebruik worden gemaakt van een synthetisch opleidingstoestel om de toepassing van geoefende procedures aan te tonen die zich tijdens de beoordeling niet voordoen in de operationele omgeving. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel