Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 9

Vereisten voor deelname aan het experiment

Onderdeel van Besluit experiment instellingsaccreditatie met lichtere opleidingsaccreditatie· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 december 2017

1. Onze Minister kan op aanvraag van het instellingsbestuur goedkeuren dat een instelling voor hoger onderwijs deelneemt aan het experiment, indien: het instellingsbestuur: van een bekostigde instelling voor hoger onderwijs, instemming van de medezeggenschapsraad heeft verkregen voor deelname aan het experiment, of van een niet-bekostigde instelling voor hoger onderwijs, voldoende draagvlak voor het experiment onder studenten en docenten aantoont; de opleidingen waarmee het instellingsbestuur wenst deel te nemen aan het experiment zijn geaccrediteerd; het instellingsbestuur beschrijft op welke wijze de met dit besluit geboden innovatieruimte ten aanzien van de kwaliteitsaspecten II wordt benut; en voor zover aan een opleiding van het instellingsbestuur in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment een herstelperiode als bedoeld artikel 5a.12a, eerste lid, van de wet is verleend en na afloop van die herstelperiode in alle gevallen opnieuw accreditatie is verleend, of de aanvraag tot het verlenen van accreditatie is ingetrokken. 2. Een instelling voor hoger onderwijs waaraan geen instellingstoets kwaliteitszorg is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment, indien de instelling voor hoger onderwijs in de periode van zes jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag tot deelname aan het experiment voor alle opleidingen aan die instelling het oordeel goed of excellent, bedoeld in artikel 5a.8, eerste lid, onder d, van de wet, heeft verkregen voor het bedoelde in artikel 5a.8, tweede lid, onder g, van de wet. 3. Een instelling voor hoger onderwijs waaraan een instellingstoets kwaliteitszorg is verleend, kan slechts deelnemen aan het experiment indien aan die instellingstoets kwaliteitszorg geen voorwaarden zijn gesteld als bedoeld in artikel 5a.13e, vierde lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel