Naar hoofdinhoud
1. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan voor de in de artikelen 1 en 2 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen. 2. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de hoofdingenieur-directeur ondermandaat, volmacht en machtiging kan verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen. 3. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. 4. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend.

Rechtspraak bij dit artikel