De ondernemer zorgt ervoor dat:
indien nieuwe apparatuur in gebruik wordt genomen, deze, indien uitvoerbaar, een voorziening heeft die de stralingsdosis tijdens een radiologische verrichting aangeeft;
bij een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast, een filter wordt gebruikt teneinde de stralingsbelasting van de patiënt te beperken;
een toestel beschikt over een vaste of automatische diafragma-instelling zodat de randen van de röntgenbundel zichtbaar zijn, tenzij het mammografisch of tandheelkundig onderzoek betreft;
een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast is voorzien van een diafragma of tubus met het doel de röntgenbundel te beperken tot het juiste gebied;
het diafragma een middel bevat om afmetingen van de bundel vooraf te kunnen aangeven;
een toestel, geschikt voor doorlichting, bij cumulatief doorlichten frequent een akoestisch signaal afgeeft.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
(eisen aan medisch-radiologische apparatuur)
Onderdeel van Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018