Naar hoofdinhoud

Artikel III

Voorschriften

Onderdeel van Kavelbesluit IV windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2018

In dit besluit wordt verstaan onder: akoestisch(e) afschrikmiddel(len): apparaat waarmee door middel van een geluidssignaal zeezoogdieren en vissen worden verjaagd; ashoogte de hoogte van de rotor-as, waaraan de rotorbladen van de windturbine zijn bevestigd, ten opzichte van het zeeniveau; bevoegd gezag Wet windenergie op zee: de Minister van Economische Zaken en Klimaat; continu gebruik: betreft het voortdurend in gebruik zijn van de windturbine behoudens periodes van onderhoud cut-in windspeed: de laagste windsnelheid waarbij de turbine energie gaat leveren; dB re 1µPa2s: eenheid voor SEL; geluidsniveau: het over de frequentiebanden gesommeerde bronniveau; heiplan: plan waarin de vergunninghouder uiteenzet op welke wijze de funderingspalen worden geheid, welke mitigerende geluid beperkende maatregelen worden genomen en op welke wijze het geluidsniveau wordt gemeten en gerapporteerd; massale vogeltrek: een vogeldichtheid van 500 vogels op rotorhoogte per kilometer per uur; Mean Sea Level (MSL): de gemiddelde hoogte van de zeespiegel (het vlak van de zee), als alle variaties die het gevolg zijn van de getijden worden weggemiddeld. monitorings- en evaluatieprogramma: programma waarin de activiteiten zijn beschreven die door of namens de overheid worden uitgevoerd om de leemtes in kennis vast te stellen; nachtlichtperiode: deel van een etmaal met omgevingslichtsterkte minder of gelijk aan 50 cd/m2; normale condities: de gemiddelde meteorologische omstandigheden die gedurende 1 jaar in een bepaald gebied voorkomen; Geïnstalleerd vermogen: het vermogen van de productie-installatie dat onder normale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en dat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continu gebruik, het tijdelijk te leveren vermogen van een booster is hierin niet inbegrepen; rotordiameter: de diameter van de denkbeeldige cirkel die door de rotorbladen (wieken) van de windturbine wordt bestreken; rotoroppervlak: het oppervlak van de denkbeeldige cirkel die door de rotorbladen (wieken) van de windturbine wordt bestreken; schemerlichtperiode: deel van een etmaal met omgevingslichtsterkte tussen 50 en 500 cd/m2; SEL: Sound Exposure Level; tiphoogte: de ashoogte plus de halve rotordiameter; tiplaagte de ashoogte min de halve rotordiameter; UXO-onderzoek: onderzoek naar de aanwezigheid van niet ontplofte munitie in de zeebodem vergunninghouder: houder van een vergunning op grond van artikel 12 van de Wet windenergie op zee; wiek: rotorblad; windpark: een samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd, waarbij onder een samenstel van voorzieningen wordt verstaan alle aanwezige middelen die onderling met elkaar zijn verbonden voor de productie van elektriciteit met behulp van wind. Het windpark wordt geplaatst binnen de contour met de volgende coördinaten: UTM coördinaten (ETRS89, zone 31) Locatie Punt Oostelijk Noordelijk Kavel IV S_20 576.572,1 5.790.327,9 Kavel IV S_21 573.472,2 5.791.607,2 Kavel IV S_22 572.710,0 5.791.903,1 Kavel IV S_23 571.716,1 5.797.627,9 Kavel IV S_24 571.790,9 5.798.626,0 Kavel IV S_25 571.805,0 5.798.693,2 Kavel IV S_26 573.716,5 5.799.154,4 Kavel IV S_27 577.973,7 5.800.132,7 Kavel IV S_28 578.941,5 5.800.385,9 Kavel IV S_29 580.431,8 5.801.530,6 Kavel IV S_30 580.316,8 5.803.383,2 Kavel IV S_31 580.760,7 5.804.487,0 Kavel IV S_32 580.994,8 5.805.140,0 Kavel IV S_33 581.193,4 5.805.657,9 Kavel IV S_34 581.587,2 5.806.582,3 Kavel IV S_35 581.882,3 5.807.210,7 Kavel IV S_36 582.211,3 5.807.858,3 Kavel IV S_37 582.711,5 5.808.742,7 Kavel IV WFZ_40 585.589,4 5.808.488,5 Kavel IV WFZ_41 585.497,2 5.808.225,8 Kavel IV WFZ_42 585.050,6 5.807.047,7 Kavel IV WFZ_43 584.618,3 5.805.978,0 Kavel IV WFZ_44 584.549,1 5.805.759,5 Kavel IV WFZ_45 583.806,8 5.804.057,5 Kavel IV WFZ_46 583.658,0 5.803.670,2 Kavel IV WFZ_47 583.374,1 5.803.062,4 Kavel IV WFZ_48 582.960,1 5.802.115,9 Kavel IV WFZ_49 582.523,4 5.801.188,9 Kavel IV WFZ_50 582.086,2 5.800.162,1 Kavel IV WFZ_51 581.622,3 5.799.242,1 Kavel IV WFZ_52 581.211,5 5.798.487,2 Kavel IV WFZ_53 580.786,3 5.797.658,9 Kavel IV WFZ_54 580.393,7 5.796.861,7 Kavel IV WFZ_55 579.898,9 5.795.803,2 Kavel IV WFZ_56 579.248,3 5.794.721,1 Kavel IV WFZ_57 578.876,2 5.794.023,5 Kavel IV WFZ_58 578.378,3 5.793.014,6 Kavel IV WFZ_59 577.806,7 5.792.061,0 Kavel IV WFZ_60 576.959,0 5.790.898,9 De kaart met de ligging van kavel IV is opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften. Het tracé van de aansluitverbinding naar platform Beta ligt binnen de volgende coördinaten: UTM coördinaten (ETRS89, zone 31) Locatie Punt Oostelijk Noordelijk Tracé CE_08 573.526,2 5.791.584,9 Tracé CE_09 574.845,9 5.791.040,3 Tracé CE_10 574.291,3 5.790.781,7 Tracé Beta 574.032,2 5.790.258,7 Tracé CE_16 573.585,8 5.790.644,5 Tracé CE_17 573.737,0 5.791.010,4 De kaart met de ligging van het tracé is opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften. Er worden geen windturbines geplaatst in de onderhoudszones van de telecomkabels TAT 14 Segment J, TAT Segment I, Ulysses 2, Concerto 1 Segment 1 North en Circe 1 North. Deze zones worden begrensd door de punten in onderstaande tabel en die ook zijn weergegeven op de kaart in de bijlage bij deze voorschriften. UTM coördinaten (ETRS89, zone 31) Locatie Punt Oostelijk Noordelijk Kavel IV MZ_11 576.009,0 5.798.493,2 Kavel IV MZ_12 576.205,4 5.798.446,1 Kavel IV MZ_17 577.189,5 5.798.420,2 Kavel IV MZ_18 578.245,8 5.798.345,1 Kavel IV MZ_19 579.044,1 5.797.824,7 Kavel IV MZ_20 579.824,0 5.797.873,5 Kavel IV MZ_21 580.957,2 5.797.991,9 Kavel IV WFZ_53 580.786,3 5.797.658,9 Kavel IV MZ_22 580.427,9 5.796.931,1 Kavel IV MZ_23 579.910,6 5.796.877,1 Kavel IV MZ_24 578.774,1 5.796.805,8 Kavel IV MZ_25 577.918,9 5.797.365,8 Kavel IV MZ_26 577.140,2 5.797.421,3 Kavel IV MZ_15 575.995,6 5.797.451,2 Kavel IV MZ_16 575.794,3 5.797.499,4 Kavel IV S_23 571.716,1 5.797.627,9 Kavel IV S_24 571.790,9 5.798.626,0 Kavel IV MZ_27 583.763,5 5.808.649,8 Kavel IV MZ_28 583.593,5 5.805.951,7 Kavel IV MZ_29 584.209,9 5.805.758,0 Kavel IV MZ_30 584.346,5 5.805.690,7 Kavel IV MZ_31 584.467,0 5.805.571,3 Kavel IV MZ_32 583.970,3 5.804.432,4 Kavel IV MZ_33 583.723,5 5.804.862,6 Kavel IV MZ_34 583.529,2 5.804.923,7 Kavel IV MZ_35 583.479,4 5.804.108,6 Kavel IV MZ_36 583.868,3 5.804.198,4 Kavel IV WFZ_45 583.806,8 5.804.057,5 Kavel IV WFZ_46 583.658,0 5.803.670,2 Kavel IV WFZ_47 583.374,1 5.803.062,4 Kavel IV WFZ_48 582.960,1 5.802.115,9 Kavel IV WFZ_49 582.523,4 5.801.188,9 Kavel IV WFZ_50 582.086,2 5.800.162,1 Kavel IV MZ_37 581.914,7 5.799.822,1 Kavel IV MZ_38 580.945,7 5.799.594,8 Kavel IV S_28 578.941,5 5.800.385,9 Kavel IV S_29 580.431,8 5.801.530,6 Kavel IV MZ_39 580.662,8 5.801.433,2 Kavel IV MZ_40 582.791,4 5.801.929,2 Kavel IV MZ_41 582.771,2 5.802.064,2 Kavel IV S_29 580.431,8 5.801.530,6 Kavel IV S_30 580.316,8 5.803.383,2 Kavel IV MZ_42 582.497,8 5.803.882,8 Kavel IV MZ_43 582.476,5 5.804.059,1 Kavel IV MZ_44 582.546,5 5.805.232,6 Kavel IV S_33 581.193,4 5.805.657,9 Kavel IV S_34 581.587,2 5.806.582,3 Kavel IV MZ_45 582.611,0 5.806.260,5 Kavel IV MZ_46 582.767,0 5.808.737,8 De rotorbladen van de windturbines blijven volledig binnen de in het eerste lid genoemde contour en volledig buiten de in het derde lid genoemde onderhoudszones. Het maximale aantal op te richten windturbines is 63. Het maximale totale rotoroppervlak is 1.461.542 m2. In het windpark worden uitsluitend turbines met, per turbine, een geïnstalleerd vermogen van minimaal 6 MW geplaatst. De minimale afstand tussen windturbines bedraagt 4 maal de rotordiameter uitgedrukt in meters. De minimale tiplaagte is 25 meter boven zeeniveau (MSL). De maximale tiphoogte is 251 meter boven zeeniveau (MSL). De kabels vanaf de windturbines moeten aangesloten worden op platform Beta. De toegestane funderingen voor de windturbines zijn: monopile; tripod; jacket; gravity based; suction bucket. Indien de vergunninghouder een fundering wil toepassen die niet in dit lid is genoemd zal hij de milieueffecten hiervan moeten bepalen. De milieueffecten worden voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De milieueffecten mogen de grenzen die in dit besluit zijn vastgelegd niet overschrijden. Als opofferingsanodes gebruikt worden als kathodische bescherming van stalen constructies, bestaan deze uit legeringen van aluminium of magnesium. De legeringen mogen kleine hoeveelheden(< 5 gewicht %) andere metalen bevatten. De schepen die door of namens de vergunninghouder worden ingezet, moeten bij hun vaarbewegingen rekening houden met de aanwezigheid van zeehonden op de aanwezige platen en de aangewezen rustgebieden alsmede rekening te houden met aanwezige vogelconcentraties. Hierbij dienen de maatregelen zoals genoemd in het Beheerplan Voordelta, het Beheerplan Deltawateren, het Beheerplan Waddenzee en het Beheerplan Noordzeekustzone in acht te worden genomen. De bepalingen uit de betreffende (Ontwerp)Beheerplannen zijn opgenomen in de bijlage bij deze voorschriften. Dit voorschrift vervalt op het moment dat in het Beheerplan Voordelta, het Beheerplan Deltawateren, het Beheerplan Waddenzee en het Beheerplan Noordzeekustzone de schepen zoals bedoeld in de eerste volzin zijn opgenomen als bestaand gebruik. De vergunninghouder spant zich aantoonbaar in om het windpark zodanig te ontwerpen en te realiseren dat het park actief bijdraagt aan versterking van een gezonde zee en versterking van behoud en duurzaam gebruik van soorten en habitats die van nature in Nederland voorkomen. De vergunninghouder stelt daartoe een plan van aanpak op en dient dat uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform dit plan van aanpak. De vergunninghouder spant zich aantoonbaar in om met inachtneming van geldende regelgeving het park zodanig te ontwerpen te bouwen en te exploiteren dat het windpark actief bijdraagt aan versterking van lokale en regionale economie. De vergunninghouder stelt daartoe een plan van aanpak op en dient dat uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform dit plan van aanpak. Tijdens reparaties en onderhoud van kabels en leidingen moet het aantal rotaties per minuut per windturbine van de windturbines, die zich in een straal van 1.000 meter van de reparatie- en onderhoudslocatie bevinden, tot minder dan 1 worden gebracht. De vergunning als bedoeld in artikel 12 van de Wet windenergie op zee wordt verleend voor een termijn van 30 jaar. Maatregelen ter voorkoming van permanente fysieke effecten bij bruinvissen en zeehonden en mortaliteit van vissen: De vergunninghouder maakt gebruik van één of meer op de relevante frequenties afgestelde akoestisch(e) afschrikmiddel(len) gedurende een half uur voor het begin van de heiwerkzaamheden alsmede gedurende het heien. De vergunninghouder onderbouwt in het heiplan welk(e) type(s) afschrikmiddel(len) gebruikt zal of zullen worden, waarbij hij ingaat op de effectiviteit van het of de gekozen type(n); de heiwerkzaamheden vangen aan met een lage hei-energie. De duur en het vermogen van de lage hei-energie dient zodanig te zijn dat bruinvissen de gelegenheid hebben om naar een veilige locatie te zwemmen. De vergunninghouder onderbouwt in het heiplan duur en vermogen van de lage hei-energie. Maatregelen ter voorkoming van verstoring van bruinvissen, zeehonden en vissen (geluidsnorm) Als gevolg van de bouw van het windpark mag op enig moment het geluidsniveau onder water tijdens het heien de in de onderstaande tabel vermelde geluidsnorm niet overschrijden; Geluidsnorm (dB re µPa2s SEL1 op 750 meter van de geluidsbron) Periode Aantal op te richten windturbines Januari tot en met mei Juni tot en met augustus September tot en met december 55 – 63 162 167 169 49 – 54 163 169 170 43 – 48 163 169 171 39 – 42 164 170 172 35 – 38 165 171 172 de vergunninghouder mag bij de eerste tien funderingspalen de in de bovenstaande tabel vermelde geluidsnorm overschrijden met maximaal 2 dB re 1 μPa2s SEL1; het geluidsniveau dient tijdens het heien door of namens de vergunninghouder continu gemeten te worden. De geluidsmetingen dienen per geheide funderingspaal, binnen uiterlijk 48 uur na de afronding van het heien van de betreffende funderingspaal te worden doorgestuurd naar de Minister van Economische Zaken en Klimaat; wanneer na achtereenvolgende geluidsmetingen blijkt dat het geluidsniveau onder water tijdens het heien van de funderingspalen de in de tabel vermelde geluidsnorm niet overschrijdt, dan kan de Minister van Economische Zaken en Klimaat worden verzocht toe te staan dat de frequentie van de geluidsmetingen wordt verlaagd; de vergunninghouder stelt een heiplan op en dient dat uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat; de werkzaamheden worden uitgevoerd conform het heiplan als bedoeld in onderdeel e van dit voorschrift; de vergunninghouder spant zich in om zo min mogelijk onderwatergeluid te produceren; de vergunninghouder spant zich in om in een zo kort mogelijk aaneengesloten periode onderwatergeluid te produceren. Maatregelen ter beperking van aanvaringsslachtoffers onder vogels op rotorhoogte bij massale vogeltrek: in nachten (tussen zonsondergang en zonsopkomst), gedurende de periode waarin daadwerkelijk sprake is van massale vogeltrek, aan te geven door de Minister van Economische Zaken en Klimaat, wordt het aantal rotaties per minuut per windturbine tot minder dan 1 gebracht; de vergunninghouder is verplicht zonder financiële tegenprestatie mee te werken aan de plaatsing van een systeem dat de daadwerkelijke vogeltrek waarneemt op de daarvoor door de overheid bepaalde plek (ken). De in het windpark geldende veiligheidsregels worden daarbij in acht genomen; de vergunninghouder is verplicht mee te werken aan toegang ten behoeve van het beheer en onderhoud van deze apparatuur; de vergunninghouder geeft jaarlijks op 1 augustus en 1 februari in een rapportage aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aan hoe en op welke wijze aan dit voorschrift uitvoering is gegeven in de voorgaande 6 maanden. Maatregelen voor het voorkomen van aanvaringsslachtoffers van vleermuizen op rotorhoogte: de cut-in windspeed van de turbines bedraagt gedurende de periode van 15 augustus tot en met 30 september tussen 1 uur na zonsondergang tot 2 uur voor zonsopkomst 5,0 m/s op ashoogte; bij een windsnelheid van minder dan 5,0 m/s op ashoogte brengt de vergunninghouder in de periode, bedoeld in onderdeel a, het aantal rotaties per minuut per windturbine omlaag tot minder dan 1; de vergunninghouder geeft binnen twee maanden na afloop van de periode, bedoeld in onderdeel a, in een rapportage naar de Minister van Economische Zaken en Klimaat aan hoe en op welke wijze aan dit voorschrift uitvoering is gegeven. Maatregelen ter bescherming van archeologie en cultuurhistorie: Indien de locaties met mogelijke archeologisch waardevolle objecten uit het archeologisch assessment Hollandse Kust Zuid phase II83An archeological assessment of geophysical survey results Hollandse Kust (zuid)-Periplus Archeomare, October 2016. met een straal van 100 meter niet gemeden kunnen worden dient voorafgaand aan het leggen van de kabels en het plaatsen van de funderingen van de windturbines, een nader Inventariserend Veldonderzoek (IVO) (verkennend onderzoek) te worden verricht voor deze locaties naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische monumenten. Dit onderzoek dient volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Waterbodems (versie 3.2) te worden uitgevoerd. De resultaten van het onder onderdeel a genoemde onderzoek worden uiterlijk 3 maanden voorafgaand aan de start van de bouw van het windpark voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Afhankelijk van de conclusies uit het onder onderdeel a genoemde onderzoek: kunnen de werkzaamheden ongewijzigd doorgang vinden; is er een vervolgonderzoek nodig; worden er fysieke maatregelen getroffen ter bescherming van archeologische vindplaatsen; worden vindplaatsen uitgesloten van ingrepen met inachtneming van een bufferzone; worden de werkzaamheden archeologisch begeleid. De vergunninghouder zal de resultaten van zijn UXO onderzoek archeologisch laten analyseren volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Waterbodems (versie 3.2) Indien de begraven ijzerhoudende objecten uit het archeologisch assessment Hollandse Kust Zuid phase II, en de begraven ijzerhoudende objecten die uit het UXO onderzoek van de vergunninghouder (onder d.) worden geïdentificeerd met een straal van 100 meter niet gemeden kunnen worden, dient het UXO onderzoek terplekke archeologisch te worden begeleid. Deze begeleiding dient volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Waterbodems (versie 3.2) te worden uitgevoerd. Maatregelen voor het verminderen van hinder door verlichting en de zichtbaarheid van het windpark: Obstakellichten op het hoogste vaste punt op alle windturbines zijn vast brandende rode lichten. Indien de zichtbaarheid tijdens de schemer- en/of nachtlichtperiode meer bedraagt dan 5 kilometer, wordt de nominale lichtintensiteit van deze obstakellichten tijdens de schemer- en/of nachtlichtperiode tot 30% verlaagd, indien de zichtbaarheid tijdens de schemer- en/of nachtlichtperiode meer bedraagt dan 10 kilometer wordt de intensiteit tijdens de schemer- en/of nachtlichtperiode tot 10% verlaagd. Als minimaal vereiste geldt dat de contouren van het windpark verlicht dienen te zijn, waarbij, vanuit de cockpit gezien, de afstand op de horizon tussen de afzonderlijke lichten op de windturbines niet meer dan 900 meter is. Op aanwijzing van de Minister van Economische Zaken en Klimaat of de Kustwacht wordt het windpark geheel of gedeeltelijk verlicht in het geval van een reddingsoperatie in of in de directe omgeving van het windpark. De mast, de gondel en de bladen van de windturbines worden uitgevoerd in de kleur lichtgrijs (RAL7035). Maatregel ter bevordering van de scheepvaartveiligheid en handhaving in en rond het windpark: De vergunninghouder is verplicht om, zonder financiële tegenprestatie, mee te werken aan de plaatsing van een (radar)systeem dat de scheepsbewegingen in en rond het windpark kan waarnemen op de door de overheid bepaalde plek; De vergunninghouder is verplicht mee te werken aan toegang ten behoeve van het beheer en onderhoud van deze apparatuur. De Minister van Economische Zaken en Klimaat laat een monitorings- en evaluatieprogramma opstellen. De vergunninghouder werkt zonder financiële tegenprestatie mee aan dit monitorings- en evaluatieprogramma. De in het windpark geldende veiligheidsregels worden daarbij in acht genomen. De Minister van Economische Zaken en Klimaat maakt de gegevens die voortkomen uit het monitorings- en evaluatieprogramma openbaar. Ten behoeve van de uitvoering van het monitoring- en evaluatie programma werkt de vergunninghouder mee ten aanzien van onder meer: toegang tot het windpark met vaartuigen ten behoeve van tellingen van natuurwaarden; toegang tot de bodem van een windpark en het nemen van monsters; het (laten) bevestigen van apparatuur zoals camera’s en batdetectors op of aan (onderdelen van) de windturbines en toegang ten behoeve van beheer en onderhoud van deze apparatuur; het (laten) bevestigen van radar op of aan (onderdelen van) de windturbines toegang ten behoeve van beheer en onderhoud van deze apparatuur; het (laten) bevestigen van meetapparatuur (bijvoorbeeld meetboeien, c-pods etc.) in het windpark toegang ten behoeve van beheer en onderhoud van deze apparatuur; het beschikbaar stellen van bandbreedte op de datakabel. De vergunninghouder verwijdert het windpark uiterlijk binnen twee jaar nadat de exploitatie is gestaakt, doch uiterlijk binnen de looptijd van de vergunning. Uiterlijk op het moment dat RVO bewijs heeft ontvangen dat er Garanties van Oorsprong (GvO) zijn afgegeven over de geleverde stroom stelt de vergunninghouder zich garant door middel van een bankgarantie aan de Staat voor een bedrag van € 120.000 per geïnstalleerde MW ten bate van de verwijdering van het windpark. De vergunninghouder verhoogt het in het eerste lid genoemde bedrag jaarlijks met 2% als gevolg van indexatie gedurende een periode van 12 jaar na afgifte van de bankgarantie. Na een periode van 12 jaar exploitatie, 17 jaar exploitatie en 1 jaar voor het tijdstip van verwijdering verzoekt de vergunninghouder de Minister van Economische Zaken en Klimaat om het bedrag genoemd in het eerste lid en de indexatie daarvan opnieuw vast te stellen. Indien een vergunning wordt aangevraagd volgens paragraaf 3.3 van de Wet windenergie op zee wordt de in lid 1 genoemde bankgarantie voor de verwijdering van het windpark afgegeven op het moment dat de eerste fundatie van het windpark wordt geplaatst. Windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) Aansluitverbinding Maatregelen uit het Beheerplan Voordelta84https://www.noordzeeloket.nl/images/Natura%202000%20Beheerplan%20Voordelta%202015–2021_5002.pdf, het Beheerplan Deltawateren85http://rwsnatura2000.nl/Gebieden/DW_Deltawateren/documenten+deltawateren/default.aspx#folder=648248, Bbeheerplan Noordzeekustzone86http://rwsnatura2000.nl/Gebieden/noordzeekustzone/NZKZ_Documenten/default.aspx#folder=389024http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/documenten/gebieden/007/beheerplan/noordzeekustzone-ontwerpbeheerplan.pdf en beheerplan Waddenzee87http://rwsnatura2000.nl/Gebieden/noordzeekustzone/NZKZ_Documenten/default.aspx#folder=389032. Het om de volgende rustgebieden: Slikken van Voorne (Voordelta); Hinderplaat (Voordelta); Bollen van de Ooster (Voordelta); Middelplaat (voorheen Verklikkerplaat) (Voordelta); Bollen van het Nieuwe Zand (Voordelta). Bij deze gebieden zijn de volgende voorwaarden beschreven: Buiten de winterrustgebieden blijven (in ieder geval geen toegang in de periode 15 december – 1 april) en op ruime afstand (>1.500 m, of zoveel als minimaal haalbaar) van de rustgebieden varen om effecten in de rand-zone van het rustgebied te minimaliseren. Minimaal 1.200 m afstand van vaste rustgebieden voor zeehonden (zandplaten bij Middelplaat, Bollen van de Ooster en Hinderplaat). Wanneer dit niet mogelijk is, dient in ieder geval verstoring van pups te worden voorkomen. Bij aanwezigheid van pups niet in de directe nabijheid (>1.200 m) varen in de zoogperiode (mei-juli) van de gewone zeehond. Bij aanwezigheid van pups niet in de directe nabijheid (>1.200 m) varen in de zoogperiode (dec-feb) van de grijze zeehond. Verder gaat het in het gebied om de volgende belangrijke platen: Roggenplaat (voor rusten, verharen, zogen) (Oosterschelde); Galgeplaat (of Vondelingsplaat, voor verharen en rusten) (Oosterschelde); Zimmermangeul (Westerschelde); Rug van Baarland (Westerschelde); de Middelplaat (Westerschelde); de Hooge Platen (Westerschelde); Everingen (Westerschelde); Plaat van Breskens (Westerschelde); de Platen van Ossenisse (Westerschelde); de Platen van Valkenisse (Westerschelde). Hiervan zijn als rustgebieden aangewezen: Hooge Platen; Hooge Springer; Rug van Baarland; platen van Valkenisse. Platen en rustgebieden in de Waddenzee en Noordzeekustzone staan weergegeven in: http://rwsnatura2000.nl/Gebieden/noordzeekustzone/NZKZ_Documenten/default.aspx#folder=389032 http://rwsnatura2000.nl/Gebieden/noordzeekustzone/NZKZ_Documenten/default.aspx#folder=343139 Bij de aanwezigheid van op de platen rustende zeehonden zal een minimale afstand van 1.200 m aangehouden moeten worden. Ten aanzien van concentraties rustende vogels dient er buiten de vaargeul een afstand te worden gehouden van 500 meter. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de in aanmerking genomen vogelsoorten waarvoor de verbodsbepaling in artikel 3.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Trekvogels kleine zwaan boomvalk roek zwarte roodstaart kleine rietgans slechtvalk goudhaan gekraagde roodstaart grauwe gans waterral zwarte mees Paapje kolgans waterhoen boomleeuwerik Roodborsttapuit grote Canadese gans meerkoet veldleeuwerik Tapuit brandgans scholekster strandleeuwerik bonte vliegenvanger rotgans kluut oeverzwaluw Heggenmus bergeend bontbekplevier boerenzwaluw Ringmus tafeleend goudplevier huiszwaluw gele kwikstaart kuifeend zilverplevier ttiftjaf noordse kwikstaart topper kievit fitis grote gele kwikstaart krakeend kanoet grasmus witte kwikstaart smient drieteenstrandloper tuinfluiter rouwkwikstaart slobeend bonte strandloper zwartkop boompieper wilde eend watersnip sprinkhaanzanger graspieper pijlstaart houtsnip snor oeverpieper zomertaling grutto spotvogel vink wintertaling rosse grutto kleine karekiet keep kwartel regenwulp rietzanger groenling blauwe reiger wulp pestvogel putter lepelaar oeverloper winterkoning sijs dodaars zwarte ruiter spreeuw kneu fuut groenpootruiter beflijster grote barmsijs roodhalsfuut tureluur merel kruisbek kuifduiker steenloper kramsvogel goudvink geoorde fuut dwergstern zanglijster appelvink bruine kiekendief zwarte stern koperwiek sneeuwgors blauwe kiekendief koekoek grote lijster ijsgors sperwer ransuil grauwe vliegenvanger rietgors visarend velduil roodborst torenvalk gierzwaluw nachtegaal smelleken kauw Blauwborst Verblijvende vogels noordse stormvogel dwergmeeuw zilvermeeuw grote stern jan-van-gent stormmeeuw grote mantelmeeuw zeekoet drieteenmeeuw eider kleine mantelmeeuw visdief alk

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel