De overbrenging der in artikel 1 genoemde boeken en papieren geschiedt op de wijze en op het tijdstip, tusschen burgemeester en wethouders der gemeente, in wier archiefbewaarplaats zij berusten, en den Rijksarchivaris van de Rijksarchiefbewaarplaats, waarheen zij worden overgebracht, in gemeen overleg te bepalen, met dien verstande, dat de overbrenging moet plaats hebben vóór 1 November 1930. Indien het overleg tusschen het gemeentebestuur en den Rijksarchivaris niet tot eenstemmigheid leidt, beslist de Algemeene Rijksarchivaris.
Artikel 3
Artikel 3
Deze tekst geldt sinds 14 juni 1929