Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.6

Artikel 3.19

(aanvraag specifieke vrijstelling)

Onderdeel van ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018

1. Een ondernemer kan een aanvraag bij de Autoriteit indienen voor een beschikking, houdende een vrijstelling voor specifieke bronnen of handelingen als bedoeld in artikel 3.19 van het besluit. 2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat: het door de Autoriteit geaccepteerde plan van aanpak, bedoeld in het derde lid; een opgave van de handelingen of toepassingen waarvoor vrijstelling wordt aangevraagd en een overzicht van de met de vrijstelling toe te passen specifieke activiteit of activiteitsconcentratiewaarden per radionuclide; de uitwerking van de blootstellingsroutes, blootstellingsscenario’s, de gebruikte parameters en de bepaling van de dosis aan de hand van de methodiek zoals aangegeven in de aanbevelingen van de Europese Commissie of het Internationaal Atoomenergieagentschap dan wel een methodiek die naar het oordeel van de Autoriteit daaraan gelijkwaardig is1Europese Commissie publicatie Radiation Protection 65 Principles and Methods for Establishing Concentrations and Quantities (Exemption values) below which Reporting is not Required in the European Directive. Europese Commissie publicatie Radiation Protection 122, part 1 & part 2: Practical Use of the Concepts of the Clearance and Exemption, of recentere publicaties; IAEA safety guide RS-G-1.7 Applications of the concepts of the Exclusion, Exemption and Clearance, IAEA safety report series-44 Derivation of Activity Concentration Values for Exclusion, Exemption and Clearance of recentere publicaties.; een opgave van de materialen en de wijze van ontdoening en de blootstellingsscenariokeuzes en de gebruikte parameters, met daarin de mogelijke alternatieve of secundaire ontdoeningsketens. De ondernemer geeft, indien van toepassing, een onderbouwing van de keuze dat bepaalde blootstellingsroutes of scenario’s niet gebruikt worden, of dat andere waarden van parameters gebruikt worden die ten grondslag liggen aan de scenario’s; een overzicht van de gekozen randvoorwaarden die van belang zijn om aan de algemene vrijstellingscriteria te kunnen voldoen; een analyse dat aan de algemene vrijstelling- en vrijgavecriteria als bedoeld in bijlage 3, onderdeel A, punt 3 van het besluit voldaan wordt, waaronder de genoemde dosiscriteria, en aan de in het vierde lid opgenomen grenswaarden; een opgave dat de handeling gerechtvaardigd is, of een krachtens artikel 2.5, tweede lid, van het besluit ingediend verzoek om rechtvaardiging van de handeling; een opgave hoe de ondernemer voldaan heeft aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 10.2 van het besluit; een opgave van de toename van de effectieve dosis van een werknemer ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen onder normale omstandigheden; een opgave van de toename van de effectieve dosis van een werknemer ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen onder ongunstige omstandigheden; een opgave van de toename van de effectieve dosis van een lid van de bevolking dat zich binnen de locatie bevindt, ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen, en een opgave van de toename van de effectieve dosis van een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen. 3. Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag overlegt de aanvrager met de Autoriteit over de voor de specifieke vrijstelling relevante blootstellingsroutes, -scenario’s en parameters als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, en legt die in een door te Autoriteit te accepteren plan van aanpak vast. Van de acceptatie wordt mededeling gedaan aan de aanvrager. 4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indien de blootstelling aan vrijgestelde van nature voorkomende radioactieve materialen, rekening houdend met de gangbare achtergrondstraling, leidt tot: een dosistoename van een werknemer onder normale omstandigheden die hoger is dan 0,3 millisievert per jaar; een dosistoename van een werknemer onder ongunstige omstandigheden die hoger is dan 1,0 millisievert per jaar; een dosistoename van een lid van de bevolking dat zich binnen de locatie bevindt die hoger is dan 0,3 millisievert per jaar; een dosistoename van een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt die hoger is dan 0,01 millisievert per jaar. Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel