De ondernemer zorgt ervoor dat:
maatregelen worden genomen om te voorkomen dat een ingekapselde bron door een onbevoegde of onbedoeld in de stralingspositie kan worden gebracht;
de ingekapselde bron zich alleen in de stralingspositie bevindt, indien met de apparatuur waarin de ingekapselde bron is geplaatst wordt gewerkt, waarbij aan de buitenzijde van de bronhouder te allen tijde duidelijk waarneembaar is, zo nodig met behulp van geschikte meetapparatuur, of de ingekapselde bron zich in de stralingspositie bevindt;
de werklocatie niet, of althans niet zonder nadere waarschuwing toegankelijk is voor personen die niet direct bij de handelingen betrokken zijn;
in de nabijheid van de ingekapselde bron geen brandbare, brand bevorderende of explosieve stoffen aanwezig zijn, tenzij hun aanwezigheid voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is;
een ingekapselde bron na gebruik in een bergplaats wordt opgeborgen;
in afwijking van onderdeel e, een ingekapselde bron, die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, in een bergplaats wordt opgeborgen indien:
de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of
dit uit het oogpunt van stralingsbescherming noodzakelijk is.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Hoofdstuk 4 › § 4.3 › § 4.3.2
Artikel 4.10
(veiligheidseisen voor ingekapselde bronnen)
Onderdeel van ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2018