Naar hoofdinhoud

Artikel 7

(subsidievaststelling)

Onderdeel van Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2022 tot en met 2026· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 23 november 2023

1. De subsidieontvanger dient uiterlijk 1 september na het laatste kalenderjaar van het tijdvak waarvoor subsidie is aangevraagd, bij de minister een aanvraag tot subsidievaststelling in. 2. De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling door middel van een financiële verantwoording aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de subsidieontvanger: indien de subsidieontvanger een nutsbedrijf is, bij een totaal aan ontvangen subsidie of subsidies van € 3 miljoen of meer gedurende het desbetreffende kalenderjaar, een financieel verslag over waarin rekening en verantwoording wordt afgelegd over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten. Dit verslag gaat vergezeld van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant, accountant-administratieconsulent of andere onafhankelijke accountant volgens het bij de beschikking tot subsidieverlening gevoegde controleprotocol van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarin wordt verklaard dat de subsidie rechtmatig is besteed aan de activiteiten en dat de subsidieverplichtingen zijn nageleefd. Bij een totaal aan ontvangen subsidie of subsidies lager dan € 3 miljoen gedurende het desbetreffende kalenderjaar kan de rekening en verantwoording tevens plaatsvinden door middel van de jaarrekening met het jaarverslag en de verklaring, bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES; indien de subsidieontvanger een openbaar lichaam is, de jaarrekening over met het jaarverslag en de verklaring, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 4. Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, stelt de minister de subsidie vast. 5. De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het subsidiebedrag als: de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; of de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Artikel II van Stcrt. 2023/31869 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Rechtspraak bij dit artikel