Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Instellen commissie

Onderdeel van Regeling cliëntenparticipatie UWV 2018· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 8 mei 2024

1. De cliëntenraad heeft de bevoegdheid om in overleg met UWV commissies en/of werkgroepen in het leven te roepen die de raad adviseren. De cliëntenraad draagt verantwoordelijkheid voor de samenstelling van genoemde commissies en werkgroepen. Daarbij kan de cliëntenraad onder meer de expertise van leden van de cliëntenraad inroepen en kijken naar de verdeling van de te verrichten werkzaamheden. De cliëntenraad wijst de leden van de commissies en/of werkgroepen aan uit haar midden en kan in voorkomende gevallen op basis van een meerderheidsbesluit de aanwijzing van één of meer leden intrekken. 2. De commissies worden ingedeeld naar de structuur van UWV voor zover dit uit de aard van de dienstverlening voortvloeit. 3. De commissie wijst uit haar midden een lid aan dat belast is met de coördinatie van de werkzaamheden van die commissie en dat als contactpersoon van die commissie fungeert richting de cliëntenraad. 4. De gezamenlijke cliëntenraden kunnen na overleg met elkaar en UWV zgn. ‘Brede Werkgroepen’ instellen. De Brede Werkgroep kiest uit haar midden een coördinator, die verantwoordelijk is voor bijeenroepen, agendering en communicatie. Doel van deze zgn. ‘Brede Werkgroepen’ is het samenwerken in multidisciplinaire samenstelling (over de verschillende raden heen) vorm te geven.

Rechtspraak bij dit artikel