Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Decentrale cliëntenparticipatie

Onderdeel van Regeling cliëntenparticipatie UWV 2018· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 30 maart 2018

1. Per district is er een cliëntenraad, die gesprekspartner is van het management van dat district, bestaande uit 16 leden, die woonachtig zijn in dat district. Bij de samenstelling van de cliëntenraad wordt gestreefd naar een goede afspiegeling van het cliëntenbestand van UWV. 2. Als gesprekspartners van deze cliëntenraad treden op het hoofd Klant & Service en één of meer districtsmanagers en/of regiomanagers van andere onderdelen van UWV. De samenwerking wordt éénmaal per jaar geëvalueerd. 3. De te behandelen thematiek is afgestemd op zaken waarvoor op districtsniveau beslissingen kunnen worden genomen en betreft in ieder geval: persoonlijke dienstverlening (omgang met de cliënt); toegankelijkheid, bereikbaarheid, contact met UWV-functionaris; informatievoorziening; uitvoeringsprocedures; uitkomsten klanttevredenheidsonderzoeken; klachtenrapportages en -analyse; dienstverlening op werkpleinniveau en arbeidsmarktregio. 4. De cliëntenraad overlegt minimaal vier keer per jaar met UWV. 5. De cliëntenraad kan in overleg met UWV instrumenten toepassen voor het verkrijgen van cliëntsignalen vanuit de uitvoeringspraktijk in de lokale vestigingen (werkpleinen). Instrumenten die met instemming van UWV worden toegepast, worden door het UWV gefaciliteerd. 6. De cliëntenraad is bevoegd deel te nemen aan overlegvormen op het gebied van cliëntenparticipatie op de lokale vestigingen (werkpleinen). Op cliëntenraadsleden die deelnemen aan deze overlegvormen is de regeling Onkosten- en reiskostenvergoeding, die als bijlage bij deze regeling is opgenomen, onverkort van toepassing. Voor vergoeding van onkosten en reiskosten in verband met deelname aan overleggen binnen de arbeidsmarktregio, zoals overkoepelende overleggen van cliëntenraden van UWV met cliëntenraden van gemeenten of het regionaal werkbedrijf, is vooraf toestemming van de adviseur cliëntenparticipatie van UWV nodig. 7. De decentrale cliëntenraad kan de uitvoering van het beleid van UWV toetsen. Indien de decentrale cliëntenraad onvolkomenheden of tekortkomingen in de uitvoering van het beleid constateert, licht de decentrale cliëntenraad de centrale cliëntenraad daar schriftelijk over in.

Rechtspraak bij dit artikel