Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Besluit energie vervoer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffenvoert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 35 en is voor het onderdeel raffinagereductie vervoersbrandstoffen van het werkveld hernieuwbare energie vervoer: geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie; geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218). 2. Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een instelling als bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen, gesteld in dat lid, op in het register. 3. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de verificatieverklaring verantwoorde hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico. 4. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen. 5. Indien de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen geen verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen op. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen. 1. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffenvoert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 35 en is voor het onderdeel raffinagereductie vervoersbrandstoffen van het werkveld hernieuwbare energie vervoer: geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door de Raad voor Accreditatie; geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden door een nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218). 2. Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een instelling als bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen, gesteld in dat lid, op in het register. 3. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat de in de verificatieverklaring verantwoorde hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag controlerisico. 4. De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen toetst met een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen. 5. Indien de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen geen verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen op. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel