De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17 van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt:
in het eerste lid: € 1.186,73;
in het tweede lid: € 762,73; en
in het vijfde lid: € 762,73.
De brutowezenuitkering, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt:
voor een kind dat jonger is dan 10 jaar: € 379,75;
voor een kind dat 10 jaar of ouder doch jonger dan 16 jaar is: € 569,63; en
voor een kind dat 16 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar is: € 759,51.
De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 70, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt: € 867,92.
Het percentage, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt: 177,50%.
Artikel B
Algemene nabestaandenwet
Onderdeel van Mededeling gewijzigde bedragen SZW per 1 juli 2018· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018