**1.** Een bestuurslid kan zich verschonen indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in de bestuursvergadering in het geding zou kunnen zijn. Indien hij zich verschoont, doet hij hiervan mededeling aan de voorzitter dan wel, in het geval van de voorzitter, aan de plaatsvervangend voorzitter.
**2.** Indien een bestuurslid van mening is dat de onpartijdigheid van een ander bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in de bestuursvergadering in het geding zou kunnen zijn of dat de schijn van partijdigheid de taakvervulling van het Huis met betrekking tot die aangelegenheid in de bestuursvergadering kan schaden, kan de voorzitter besluiten dat een bestuurslid zich hiervan dient te verschonen.
**3.** Indien de in het eerste of het tweede lid beschreven situatie zich voordoet, neemt het desbetreffende bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid in de bestuursvergadering. Daarvan wordt mededeling gedaan in het verslag.
Artikel 6
Verschoning
Onderdeel van Bestuursreglement Huis voor Klokkenluiders· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 8 juni 2018