Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Beleidsregel tenaamstellingsloket snelle motorboten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 juni 2018

1. De Dienst Wegverkeer trekt de toestemming in, indien degene aan wie de toestemming is verleend, daarom verzoekt. 2. De Dienst Wegverkeer kan bepalen dat na indiening van het verzoek om de toestemming in te trekken dit verzoek gehonoreerd wordt na het verstrijken van de tijdsduur van minimaal een jaar. 3. De Dienst Wegverkeer kan de toestemming intrekken of wijzigen indien degene aan wie de toestemming is verleend: niet meer voldoet aan de voor de verleende toestemming gestelde eisen, de verplichtingen, vervat in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet nakomt, of, handelt in strijd met een of meer andere uit de verleende toestemming voortvloeiende verplichtingen. 4. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het derde lid, de toestemming tijdelijk schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt. 5. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het eerste en derde lid, bepalen dat een wachttijd geldt voor het aanvragen van toestemming van maximaal 30 maanden. 6. Bij door de Dienst Wegverkeer vast te stellen beleid kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het intrekken, wijzigen en schorsen van de toestemming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel