Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 7

Ondermandaat algemene en bijzondere bevoegdheden

Onderdeel van Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2026

1. De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen voor de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, aan de onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van: artikel 38, eerste lid, van de Wiv; artikel 40, eerste lid, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend; artikel 41, eerste lid, van de Wiv, tenzij: de natuurlijke persoon belast wordt met het verrichten van handelingen die tot gevolg hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit dan wel dat een strafbaar feit wordt gepleegd, of de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend. artikel 42, eerste lid, onder a en b, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend; artikel 42, eerste lid, onder c, 50, derde lid, 72, eerste lid en 86, tweede en vijfde lid van de Wiv, 2. De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen aan de plaatsvervangend directeur MIVD ten aanzien van de bevoegdheid bedoeld in artikel 59, eerste lid, en van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv. 3. Een afschrift van het besluit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de minister verzonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel