Geschiktheid bestaat uit kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. De geschiktheid van een beleidsbepaler blijkt in ieder geval uit de opleiding, werkervaring en competenties van de beleidsbepaler en de doorlopende toepassing hiervan. In de bijlage bij deze beleidsregel zijn relevante competenties om geschiktheid aan te tonen opgenomen. De opsomming van deze competenties is niet cumulatief en niet limitatief.
Beleidsbepalers zijn geschikt met betrekking tot de volgende onderwerpen:
Bestuur, organisatie en communicatie, waaronder het aansturen van processen, taakgebieden en medewerkers, het naleven en handhaven van algemeen aanvaarde sociale, ethische en professionele normen, waaronder het zorgen voor een kwaliteitsgerichte cultuur en het tijdig, juist en duidelijk informeren van (controle)cliënten, overige belanghebbenden en de toezichthouder;
Producten, diensten en markten waarop de accountantsorganisatie actief is, inclusief relevante wet- en regelgeving en financiële aspecten;
Beheerste en integere bedrijfsvoering, waaronder de administratieve organisatie, het stelsel van kwaliteitsbeheersing, de zorgplicht, het waarborgen van de geschiktheid en vakbekwaamheid van beleidsbepalers en medewerkers die werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan de accountantsorganisatie, het risicomanagement, compliance en de uitbesteding van werkzaamheden; en
Evenwichtige en consistente besluitvorming, met inachtneming van het publiek belang om de kwaliteit van wettelijke controles te waarborgen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Geschiktheid
Onderdeel van Beleidsregel geschiktheid Wta· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018