Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bezoldiging, vakantie- en eindejaarsuitkering, pensioen

Onderdeel van Regeling bezoldiging en beheerskosten zelfstandige bestuursorganen VWS 2018· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 augustus 2020

1. De bezoldiging van de voorzitter bedraagt maximaal het salaris van een lid van de topmanagementgroep in groep A zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertigurige werkweek. 2. De bezoldiging van een lid bedraagt maximaal het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertigurige werkweek. 3. De bestuursleden hebben recht op een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar betaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. 4. De bestuursleden hebben recht op een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten genoemde bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar. 5. De bestuursleden worden aangemeld als volwaardig deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.

Rechtspraak bij dit artikel