**1.** De Minister, de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, en de secretaris-generaal voeren ten minste vier keer per jaar overleg met de inspecteur-generaal over de hoofdlijnen van de uitoefening en de resultaten van het toezicht door de inspectie, met inbegrip van ontwikkelingen binnen de werkwijze van de inspectie en casuïstiek.
**2.** De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal voeren maandelijks, dan wel vaker indien daartoe aanleiding bestaat, overleg over lopende zaken die het toezicht en de bedrijfsvoering van de inspectie betreffen.
**3.** De inspecteur-generaal voert ten minste twee keer per jaar overleg met de directeuren-generaal en het management van de beleidsdirecties over lange-termijnontwikkelingen binnen beleid en toezicht en de waarnemingen van de inspectie en van beleid.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Regulier overleg
Onderdeel van Regeling Inspectie van het onderwijs 2018· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 juli 2018