Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Openbaarmaking en voorlichting

Onderdeel van Regeling Inspectie van het onderwijs 2018· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 24 juli 2018

1. De inspectie maakt inspectierapporten openbaar met inachtneming van de artikelen 12a, vierde lid, 15, tweede lid, en 21 van de WOT en de Wet openbaarheid van bestuur. 2. Voor een inspectierapport als bedoeld in de artikelen 12a, 15 en 20 van de WOT, geldt dat indien het in de rede ligt dat dit leidt tot publiciteit, de inspecteur-generaal de secretaris-generaal daarvan ten minste tien werkdagen voor de voorgenomen openbaarmaking in kennis stelt. 3. Rapportages als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WOT, worden door de inspectie aan de Minister aangeboden. De Minister zendt deze rapporten al dan niet vergezeld van een beleidsreactie aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Tegelijkertijd wordt het inspectierapport openbaargemaakt door plaatsing op de website van de inspectie. Indien de Minister besluit een beleidsreactie op te stellen, wordt deze zo mogelijk tegelijkertijd met het inspectierapport aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. De inspectie houdt de openbaarmaking in verband met de verzending aan de Tweede Kamer ten hoogste vijf weken aan, te rekenen vanaf het moment van aanbieding van het rapport aan de Minister. 4. Voor rapportages als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WOT, bepaalt de inspecteur-generaal welke invulling er wordt gegeven aan publiciteit, behalve wanneer het gaat om rapportages die op verzoek van de Minister worden opgesteld. In dit laatste geval bepaalt de Minister welke invulling wordt gegeven aan publiciteit. In beide gevallen gebeurt dit na onderling overleg. 5. In situaties waarin dit artikel niet voorziet, vindt overleg plaats tussen de secretaris-generaal en de inspecteur-generaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel