**1.** De Raad kan besluiten de overeenkomst met een opzegtermijn van één maand te beëindigen indien:
de inschrijving in het register is vervallen;
in het voorgaande kalenderjaar minder dan 10 toevoegingen aan de bewindvoerder zijn afgegeven;
de bewindvoerder in het kader van de permanente educatie geen certificaat kan overleggen van het behalen van tenminste 4 studiepunten per drie jaar voor een opleiding. Die door de Raad goedgekeurde opleiding dient betrekking te hebben op onderwerpen die samenhangen met het voeren van een verzoekschriftenprocedure die binnen de reikwijdte van deze overeenkomst valt;
indien wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft;
indien wijziging van de aan deze overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft.
**2.** In zwaarwegende omstandigheden kan het bestuur de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. Dit geldt onder andere in de volgende gevallen:
indien de bewindvoerder niet voldoet aan:
de gedragsregels;
en/of
de gedragscode;
en/of
de in artikel 2 lid 1 sub a van deze regeling gestelde voorwaarde;
indien het bestuur, al dan niet naar aanleiding van een advies van de klachtencommissie, tot oordeel komt dat voortzetting van de overeenkomst niet langer verantwoord is.
**3.** De beëindiging van de overeenkomst geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor het sluiten van een nieuwe overeenkomst gelden de voorwaarden zoals benoemd in artikel 2 van deze regeling.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling toevoeging bewindvoerders Wsnp II· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 21 augustus 2018