Bij een voorziening voor mechanische ventilatie van een stallingruimte voor motorvoertuigen met ten minste 20 parkeerplaatsen:
wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw ligt met een hoogste daklijn die meer dan 5 m boven het straatniveau ligt, ten minste 1 m boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en
is de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste 10 m/s.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.3 › § 3.3.2
Artikel 3.69
(luchtkwaliteit: plaats van de uitmonding)
Onderdeel van Besluit bouwwerken leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024