Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Afdeling 7.2 › § 7.2.1

Artikel 7.31

(specifieke zorgplicht)

Onderdeel van Besluit bouwwerken leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het in werking hebben van een mobiele puinbreker nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 7.28, is verplicht: alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Voor het in werking hebben van een mobiele puinbreker houdt deze plicht in ieder geval in dat: alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging worden getroffen; alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; de beste beschikbare technieken worden toegepast; geen significante verontreiniging wordt veroorzaakt; alle passende maatregelen worden getroffen om ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan te voorkomen; metingen representatief zijn; meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd; en voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel