Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › Afdeling 10.1 › § 10.1.2

Artikel 10.10

(overige niet-uitruilbare gronden)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

In een ruilbesluit zijn niet uitruilbaar: gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand; gronden met een zeer oneffen maaiveld; heidevelden, hoogveenterreinen, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en ruiglanden en laagveenmoerassen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn; te diep ontgronde percelen; gronden waarop sport- of recreatieterreinen liggen; gronden waarop spoorwegen liggen; de volgende gronden waarvoor op grond van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving een herbeplantingsplicht geldt: gronden met een houtopstand groter dan 10 are; en gronden waarop een houtopstand groter dan 10 are heeft gestaan; en boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen.

Rechtspraak bij dit artikel