**1.** Het monitoringsprogramma bevat de methode van:
vaststelling van de toestandsklasse waarin een waterlichaam zich bevindt, per stof en kwaliteitselement; en
indeling van een krw-oppervlaktewaterlichaam of een grondwaterlichaam in een toestandsklasse, waarbij de indeling in een toestandsklasse overeenkomt met:
bij een krw-oppervlaktewaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de chemische toestand, de ecologische toestand of het ecologische potentieel verkeert; en
bij een grondwaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de kwantitatieve toestand of de chemische toestand verkeert.
**2.** Het monitoringsprogramma voorziet bij de vaststelling en indeling, bedoeld in het eerste lid, in de volgende toestandsklassen:
voor een krw-oppervlaktewaterlichaam:
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en geen goede chemische toestand;
voor de ecologische toestand: een zeer goede ecologische toestand, een goede ecologische toestand, een matige ecologische toestand, een ontoereikende ecologische toestand en een slechte ecologische toestand; en
voor het ecologische potentieel: een goed ecologisch potentieel, een matig ecologisch potentieel, een ontoereikend ecologisch potentieel en een slecht ecologisch potentieel; en
voor een grondwaterlichaam:
voor de kwantitatieve toestand: een goede kwantitatieve toestand en een ontoereikende kwantitatieve toestand; en
voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en een ontoereikende chemische toestand.
Voorheen art. 10.14d.
Hoofdstuk 11 › Afdeling 11.2 › § 11.2.3 › § 11.2.3.1
Artikel 11.30
(vaststelling en indeling toestandsklasse in monitoringsprogramma kaderrichtlijn water)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024