Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11 › Afdeling 11.2 › § 11.2.3 › § 11.2.3.1

Artikel 11.30

(vaststelling en indeling toestandsklasse in monitoringsprogramma kaderrichtlijn water)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Het monitoringsprogramma bevat de methode van: vaststelling van de toestandsklasse waarin een waterlichaam zich bevindt, per stof en kwaliteitselement; en indeling van een krw-oppervlaktewaterlichaam of een grondwaterlichaam in een toestandsklasse, waarbij de indeling in een toestandsklasse overeenkomt met: bij een krw-oppervlaktewaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de chemische toestand, de ecologische toestand of het ecologische potentieel verkeert; en bij een grondwaterlichaam: de laagste toestandsklasse waarin de kwantitatieve toestand of de chemische toestand verkeert. 2. Het monitoringsprogramma voorziet bij de vaststelling en indeling, bedoeld in het eerste lid, in de volgende toestandsklassen: voor een krw-oppervlaktewaterlichaam: voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en geen goede chemische toestand; voor de ecologische toestand: een zeer goede ecologische toestand, een goede ecologische toestand, een matige ecologische toestand, een ontoereikende ecologische toestand en een slechte ecologische toestand; en voor het ecologische potentieel: een goed ecologisch potentieel, een matig ecologisch potentieel, een ontoereikend ecologisch potentieel en een slecht ecologisch potentieel; en voor een grondwaterlichaam: voor de kwantitatieve toestand: een goede kwantitatieve toestand en een ontoereikende kwantitatieve toestand; en voor de chemische toestand: een goede chemische toestand en een ontoereikende chemische toestand. Voorheen art. 10.14d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel