Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.2 › § 2.2.1 › § 2.2.1.1

Artikel 2.5

(omgevingswaarden fijnstof)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Voor PM10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: 50 μg/m3 als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en 40 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde. 2. Voor PM2,5 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: 25 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde; 20 μg/m3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden; en 14,4 μg/m3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden. 3. De omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in het eerste lid, en de omgevingswaarden voor PM2,5, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn resultaatsverplichtingen. 4. De omgevingswaarde voor PM2,5, bedoeld in het tweede lid, onder c, is een inspanningsverplichting. 5. De omgevingswaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, gelden op stedelijke achtergrondlocaties, zijnde stedelijk gebied waar de concentraties representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen.

Rechtspraak bij dit artikel