**1.** Voor PM10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties:
50 μg/m3 als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en
40 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde.
**2.** Voor PM2,5 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties:
25 μg/m3 als kalenderjaargemiddelde;
20 μg/m3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden; en
14,4 μg/m3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden.
**3.** De omgevingswaarden voor PM10, bedoeld in het eerste lid, en de omgevingswaarden voor PM2,5, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn resultaatsverplichtingen.
**4.** De omgevingswaarde voor PM2,5, bedoeld in het tweede lid, onder c, is een inspanningsverplichting.
**5.** De omgevingswaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, gelden op stedelijke achtergrondlocaties, zijnde stedelijk gebied waar de concentraties representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.2 › § 2.2.1 › § 2.2.1.1
Artikel 2.5
(omgevingswaarden fijnstof)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024