**1.** Als een geluidgevoelig gebouw ligt in het geluidaandachtsgebied van:
één industrieterrein, wordt het geluid door dat industrieterrein betrokken bij het bepalen van het geluid op dat gebouw; en
meerdere industrieterreinen, wordt het geluid door die industrieterreinen betrokken bij het bepalen van het geluid op dat gebouw.
**2.** Bij het bepalen van het geluid op een geluidreferentiepunt van een industrieterrein worden betrokken:
het geluid door alleen dat industrieterrein;
werken of bouwwerken als deze onderdeel zijn van de geluidbrongegevens behorende bij het geluidproductieplafond; en
het geluid door activiteiten, anders dan het wonen, die op het industrieterrein worden verricht en die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
**3.** Bij het bepalen van het geluid door een industrieterrein wordt buiten beschouwing gelaten het geluid door:
windturbines, windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen;
activiteiten waarvoor het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 30 m vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1, verminderd met 5 dB;
het TT Circuit Assen en het Circuit Park Zandvoort gedurende ten hoogste 12 dagen per kalenderjaar;
spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg; en
verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen.
**4.** Op het bepalen van het geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.5 › § 3.5.1
Artikel 3.25
(bepalen geluid door industrieterreinen)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024