Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.5 › § 3.5.4 › § 3.5.4.2

Artikel 3.34

(hoofdregel vaststellen geluidproductieplafond)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Bij de vaststelling van een geluidproductieplafond als omgevingswaarde is het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de hoogste van de volgende twee waarden: de standaardwaarde, bedoeld in tabel 3.34; of het geluid bij volledige benutting van het geluidproductieplafond dat gold op het tijdstip van de vaststelling van het in de aanhef bedoelde geluidproductieplafond. Geluidbronsoort Standaardwaarde Provinciale wegen Rijkswegen 50 Lden Gemeentewegen Waterschapswegen 53 Lden Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen 55 Lden Industrieterreinen 50 Lden 40 Lnight 2. Voor een onderwijsfunctie en een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties van beide, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: gelden de waarden in Lnight niet; en wordt in tabel 3.34 gelezen voor «Lden»: «Lde». 3. Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: gelden de waarden in Lnight niet; en wordt in tabel 3.34 gelezen voor «Lden»: Lday».

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel