Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.7 › § 3.7.4

Artikel 3.67

(provinciale taak exoten en verwilderde dieren)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Gedeputeerde staten dragen zorg voor het uitvoeren van uitroeiingsmaatregelen, beheersmaatregelen en herstelmaatregelen als bedoeld in de artikelen 17, 19 en 20 van de invasieve-exoten-basisverordening met betrekking tot de in bijlage VC genoemde soorten. 2. Als er in bijlage VC een datum wordt genoemd, geldt de in het eerste lid bedoelde taak met ingang van die datum. 3. Bestrijding van uitheemse dieren, niet behorende tot de in bijlage VC genoemde soorten, en bestrijding van verwilderde dieren vindt alleen plaats als dat nodig is: in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats; voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang; voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; of in het algemeen belang.

Rechtspraak bij dit artikel