Voor de toepassing van deze subparagraaf wordt verstaan onder:
houden van landbouwhuisdieren: exploiteren van een veehouderij, bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: landbouwhuisdieren waarvoor bij ministeriële regeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
varkens, kippen, schapen of geiten;
als deze worden gehouden voor de vleesproductie:
rundvee tot 24 maanden;
kalkoenen;
eenden; of
parelhoenders;
landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor: landbouwhuisdieren waarvoor bij ministeriële regeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.1 › § 5.1.4 › § 5.1.4.6 › § 5.1.4.6.3
Artikel 5.104
(begripsbepalingen)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024