Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.1 › § 5.1.5 › § 5.1.5.3

Artikel 5.129d

(niet toegelaten activiteiten)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op de PKB-Waddenzee, laat het omgevingsplan de volgende activiteiten niet toe: het bouwen van een windturbine; de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een haven of jachthaven, met uitzondering van: een beperkte zeewaartse uitbreiding van een jachthaven op een Waddeneiland, als die uitbreiding noodzakelijk is voor de veiligheid of bereikbaarheid en er geen andere passende oplossing is; een zeewaartse verlegging van de veerhaven in de gemeente Den Helder; en een zeewaartse uitbreiding van de haven van de gemeente Harlingen, als een binnendijkse uitbreiding van die haven redelijkerwijs niet mogelijk is; de aanleg of zeewaartse uitbreiding van een bedrijventerrein; andere bouwactiviteiten, dan die, bedoeld onder a, b en c, met uitzondering van het bouwen van: een bouwwerk dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart; een bouwwerk voor alternatieve mosselzaadbronnen; een bouwwerk voor een adequate afwatering van het vasteland; een wadwachtpost, als het gaat om een locatie die niet vanaf het vasteland of een Waddeneiland kan worden bewaakt; een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor wetenschappelijk onderzoek en monitoring; een bouwwerk voor activiteiten als bedoeld onder b, onder 1° tot en met 3°, en onder f, onder 1° en 2°; en een bouwwerk dat een bestaand bouwwerk vervangt, voor zover het gaat om een bouwwerk van gelijke aard en omvang en gelijk karakter; het inpolderen, bedijken of indijken van delen van de PKB-Waddenzee; het winnen van mineralen door afbaggering van de zeebodem, met uitzondering van: het winnen van vrijkomend zand bij onderhoud en de incidentele verdieping van vaargeulen en bij overeenkomstig dit artikel toegelaten bouwactiviteiten; en het winnen van schelpen beneden 5 m onder NAP; en het parkeren van een booreiland of andere offshore-installatie. 2. Op het in het omgevingsplan toelaten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder b, onder 1° tot en met 3°, onder d, onder 1° tot en met 6°, en onder f, onder 1° en 2°, is artikel 5.129c van overeenkomstige toepassing. 3. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op een locatie direct grenzend aan de PKB-Waddenzee, is het eerste lid, aanhef en onder b en c, van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel