**1.** Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
een daarin aangegeven aantal malen per jaar wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die op grond van artikel 8.47 aan de omgevingsvergunning zijn verbonden;
de bodembeschermende maatregelen die op de stortplaats zijn getroffen, worden geïnspecteerd; en
onderzoek wordt gedaan naar de staat van de bodem onder de stortplaats.
**2.** Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de volgende resultaten ten minste eenmaal per jaar aan het bevoegd gezag worden gezonden:
de resultaten van de inspectie en het onderzoek, bedoeld in het eerste lid;
de resultaten van het bepalen en het bemonsteren van de hoeveelheid respectievelijk de samenstelling van de in de omgeving van de stortplaats aanwezige oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in artikel 8.56;
de resultaten van de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot, bedoeld in artikel 8.53; en
de resultaten van de metingen van het niveau en de samenstelling van het grondwater, bedoeld in de artikelen 8.47 en 8.55.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:
de inspectie van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder b; en
het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in het eerste lid, onder c.
Hoofdstuk 8 › Afdeling 8.5 › § 8.5.2 › § 8.5.2.4
Artikel 8.57
(voorschriften over naleving, onderzoek en rapportage)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024