**1.** Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:
een inventarisatie wordt uitgevoerd waarbij de ligging, de omvang en de kenmerken worden bepaald van het oppervlaktewater, dat in de potentiële invloedssfeer van de stortplaats is gelegen; en
parameters in het oppervlaktewater, bedoeld onder a, worden gemeten op de in de voorschriften aangegeven meetpunten.
**2.** Vanwege de kenmerken van de stortplaats kan worden afgezien van het aan de omgevingsvergunning verbinden van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b.
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het aan een omgevingsvergunning verbinden van voorschriften over:
de frequentie van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de metingen, bedoeld in het eerste lid, onder b; en
de vaststelling van de meetpunten, bedoeld in het eerste lid, onder b.
Hoofdstuk 8 › Afdeling 8.5 › § 8.5.2 › § 8.5.2.5
Artikel 8.62h
(voorschriften over controle oppervlaktewater)
Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024