Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Afdeling 8.6 › § 8.6.2

Artikel 8.74p

(voorschrift soorten vogelrichtlijn: toegestane middelen)

Onderdeel van Besluit kwaliteit leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. De in een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven middelen kunnen alleen zijn: geweren; honden, met uitzondering van lange honden; aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds; kastvallen; vangkooien; vangnetten; eendenkooien; bal-chatri; en slag-, snij- of steekwapens. 2. Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van een woestijnbuizerd wordt als voorschrift verbonden dat degene die de woestijnbuizerd gebruikt beschikt over een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit. 3. Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van een bal-chatri wordt als voorschrift verbonden dat hierbij: geen gebruik wordt gemaakt van levende lokdieren; op voorhand wordt gewaarborgd dat de bal-chatri onder permanent direct toezicht staat van een deskundige; en gevangen dieren niet onnodig lang vastzitten en niet onnodig worden verwond. 4. Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van slag-, snij- of steekwapens wordt als voorschrift verbonden dat het gebruik van deze middelen alleen is toegestaan: voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels; door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om deze activiteit humaan en doeltreffend te verrichten; en als er redelijkerwijs geen alternatief middel voorhanden is met minder mogelijke nadelige gevolgen voor het welzijn van het dier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel