Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor het bijvoeren van in het wild levende edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, fazanten, wilde eenden, houtduiven, hazen of konijnen.
Hoofdstuk 11 › Afdeling 11.2 › § 11.2.5
Artikel 11.60
(aanwijzing vergunningplichtige activiteit: bijvoeren van specifieke soorten)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024