**1.** Eendenkooien worden alleen gebruikt als daartoe met goed gevolg een door Onze Minister voor Natuur en Stikstof erkend examen is afgelegd.
**2.** Een eendenkooi voldoet aan de volgende voorwaarden:
er is een open wateroppervlakte aanwezig van ten minste 200 m2, waarin een cirkel met een straal van ten minste 7,50 m kan worden beschreven;
het water is ten minste 50 cm diep;
rondom het water ligt een rand van bos of struweel; en
in open verbinding met het water is ten minste één vangpijp aanwezig die onmiddellijk als vangmiddel kan worden gebruikt.
**3.** Met een eendenkooi gevangen dieren worden onverwijld na het vangen in vrijheid gesteld of gedood.
**4.** De eigenaar van een eendenkooi gebruikt voor de afpaling van de eendenkooi palen die zijn voorzien van het opschrift «Eendenkooi van x, met recht van afpaling op y m, gerekend uit het midden der kooi», waarbij wordt ingevuld voor:
x: de naam van de eigenaar van de eendenkooi;
y: het aantal meters waarop het afpalingsrecht betrekking heeft.
**5.** Het eerste lid is niet van toepassing als de gebruiker van de eendenkooi vanwege het met gunstig gevolg behalen van een krachtens de Jachtwet erkend jachtexamen:
in de periode van 1 januari 1977 tot en met 31 maart 2002 een jachtakte als bedoeld in de Jachtwet is uitgereikt; of
in de periode van 1 april 2002 tot en met 30 september 2004 een jachtakte als bedoeld in de Flora- en faunawet is uitgereikt.
Hoofdstuk 11 › Afdeling 11.2 › § 11.2.8
Artikel 11.86
(eendenkooien)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024