Degene die een activiteit verricht die werelderfgoed betreft en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van werelderfgoed of een onderdeel daarvan, is, voor zover dit de uitzonderlijke universele waarde raakt, verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen.
Hoofdstuk 14
Artikel 14.7
(specifieke zorgplicht)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024