**1.** Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht worden aansluitingen en leidingen van een benzineoverslaginstallatie regelmatig op lekken gecontroleerd.
**2.** Als er een damplek is, worden geen tankwagens gevuld.
**3.** Er is op het benzinelaadportaal een mechanisme aanwezig dat het vullen onderbreekt, als er een damplek is.
Hoofdstuk 4 › § 4.105
Artikel 4.1088
(lucht: niet vullen bij damplek bij een benzineoverslaginstallatie)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024