**1.** Er wordt gemeten of aan de emissiegrenswaarden, bedoeld in de artikelen 4.113 en 4.114, wordt voldaan.
**2.** De meting van de emissies omvat:
een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ten minste 200 g/u;
een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van minder dan 200 g/u;
als het sulfaatproces wordt gebruikt: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide afkomstig van de ontsluiting en roosting uit installaties voor de concentratie van afvalzuren; en
als het chlorideproces wordt gebruikt:
een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;
een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen; en
om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.
Hoofdstuk 4 › § 4.5
Artikel 4.116
(lucht: meetplicht)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024