Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.7

Artikel 4.130

(lucht: monitoring en uitzondering meetplicht)

Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Er wordt ten minste eenmalig gemeten of aan de emissiegrenswaarden voor totaal stof, stikstofoxiden, zwaveloxiden en vluchtige organische stoffen, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan. 2. Het eerste lid is voor totaal stof niet van toepassing als de maatregelen, bedoeld in artikel 4.128, worden getroffen. 3. Er wordt ten minste één keer per jaar gemeten of aan de emissiegrenswaarden voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen en benzeen, bedoeld in tabel 4.127, wordt voldaan. 4. Wanneer een emissiereductietechniek wordt toegepast vindt ook monitoring plaats door middel van een emissierelevante parameter. 5. Bij een emissierelevante parameter wordt aangetoond: welke emissierelevante parameters de emissies van een specifieke component controleren; en binnen welke grenzen de emissierelevante parameters voldoen aan de emissiegrenswaarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel