Voor de emissie in de lucht van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van ten minste 1 MW, anders dan een ketel, zuigermotor, gasturbine of installatie voor de regeneratie van glycol, zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.1308.
Brandstof/nominaal thermisch ingangsvermogen
Stikstofoxiden in mg/Nm3
Zwaveldioxide in mg/Nm3
Totaal stof in mg/Nm3
Vloeibare brandstof, met uitzondering van rie-biomassa
120
200
5
Rie-biomassa, voor zover de installatie een nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van ten hoogste 5 MW
275
200
20
Rie-biomassa, voor zover de installatie een nominaal thermisch ingangsvermogen heeft van meer dan 5 MW
145
200
5
Vergistingsgas
80
100
–
Aardgas of waterstof
80
–
–
Propaangas, butaangas
140
–
–
Hoofdstuk 4 › § 4.126
Artikel 4.1308
(lucht: emissiegrenswaarden andere stookinstallatie)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026