**1.** Met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht kan een stookinstallatie die als gevolg van een storing niet aan de emissiegrenswaarden kan voldoen uiterlijk 120 uren na het optreden van de storing in bedrijf blijven, met een maximum van 120 uren per kalenderjaar.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een stookinstallatie:
op een offshore oliewinningsplatform of gaswinningsplatform;
waarvan de storing redelijkerwijs niet binnen 120 uur kan worden hersteld; en
waarvan de storing binnen de termijn blijft die door het Staatstoezicht op de mijnen is gesteld.
**3.** Tijdens een storing die samenhangt met de gestookte brandstof kan een vervangende brandstof worden gestookt en zijn de emissiegrenswaarden niet van toepassing.
**4.** Bij een storing in de meetapparatuur worden geen wijzigingen in het gebruik van de stookinstallatie aangebracht die een significante toename van de emissie met zich mee kunnen brengen.
Hoofdstuk 4 › § 4.126
Artikel 4.1323
(lucht: storing)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024