**1.** Een installatie voor het regelen van aardgasdruk en het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas wordt zo onderhouden dat:
de installatie op een veilige wijze kan functioneren;
alle apparatuur in een goede mechanische toestand verkeert en niet lekt, op de juiste druk is afgesteld en is beschermd tegen vuil, vloeistoffen, bevriezing en andere nadelige invloeden; en
alle relevante onderdelen onder alle omstandigheden goed bereikbaar zijn.
**2.** Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als het onderhoud wordt verricht volgens voorschrift 12.3 van NEN 1059.
Hoofdstuk 4 › § 4.29
Artikel 4.425
(externe veiligheid: onderhoud)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024