Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.49

Artikel 4.608

(water: emissiegrenswaarden lozing op een oppervlaktewaterlichaam)

Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024

1. Voor het afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, zijn de emissiegrenswaarden: de waarden, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608a, gemeten in een tijdproportioneel of volumeproportioneel etmaalmonster; en afhankelijk van de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk de waarden, bedoeld in tabel 4.608b, gemeten in een voortschrijdend jaargemiddelde. 2. Afhankelijk van het aantal monsters dat per jaar wordt genomen, zijn voor het aantal monsters, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608c, de emissiegrenswaarden niet de waarden, bedoeld in de tweede kolom van tabel 4.608a, maar de waarden, bedoeld in de derde kolom van die tabel, gemeten in een tijdproportioneel of volumeproportioneel etmaalmonster. 3. Monsters met extreme concentraties die het gevolg zijn van ongebruikelijke situaties zoals zware regenval worden buiten beschouwing gelaten. Stoffen Emissiegrenswaarde als bedoeld in het eerste lid, onder a, in mg/l Emissiegrenswaarde als bedoeld in het tweede lid, in mg/l Biochemisch zuurstofverbruik zonder nitrificatie 20 40 Chemisch zuurstofverbruik 125 250 Onopgeloste stoffen 30 75 Stoffen Emissiegrenswaarde in mg/l Bij een ontwerpcapaciteit van 2.000 tot 20.000 inwonerequivalenten Bij een ontwerpcapaciteit van 20.000 tot 100.000 inwonerequivalenten Bij een ontwerpcapaciteit van meer dan 100.000 inwonerequivalenten Som van fosforverbindingen 2,0 2,0 1,0 Som van stikstofverbindingen 15 10 10 Aantal genomen monsters per jaar Aantal monsters met andere emissiegrenswaarden 4–7 1 8–16 2 17–28 3 29–40 4 41–53 5 54–67 6 68–81 7 82–95 8 96–110 9 111–125 10 126–140 11 141–155 12 156–171 13 172–187 14 188–203 15 204–219 16 220–235 17 236–251 18 252–268 19 269–284 20 285–300 21 301–317 22 318–334 23 335–350 24 351–365 25

Rechtspraak bij dit artikel