**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt het afvalwater, bedoeld in artikel 6.39, eerste lid, dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.
**2.** Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden voor biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l en voor chemische zuurstofverbruik 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.
**3.** Als het afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat, kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:
met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of
die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.
**4.** Als in samenhang met het huishoudelijke afvalwater ook afvalwater afkomstig van voedselbereiding wordt geloosd, is de zuiveringsvoorziening daarop berekend.
Hoofdstuk 6 › Afdeling 6.2 › § 6.2.4
Artikel 6.43
(water: emissiegrenswaarden lozing op een oppervlaktewaterlichaam)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024