**1.** Met het oog op een veilig en doelmatig gebruik van de hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg wordt een boring in zandgrond op ten minste 5 m en in andere grond op ten minste 10 m afstand van een andere kabel of leiding verricht.
**2.** Een boring wordt op ten minste 10 m afstand van de fundering van een viaduct verricht.
Hoofdstuk 9 › Afdeling 9.2 › § 9.2.1
Artikel 9.28
(afstanden bij boren)
Onderdeel van Besluit activiteiten leefomgeving· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024